Afro’s, dreadlocks, braids… er wordt best veel over exotisch haar geschreven. Maar de jewfro* komt zo goed als nooit aan bod. En laat dat nu net mijn haartype zijn.
*(Onderaan mijn story vind je de definitie.)

Klotehaar, vond ik het als tiener. Of kuthaar, al kan dat andere connotaties oproepen. Terwijl ik het toch gewoon over de haren op m’n hoofd heb. Dat waren weerbarstige krullen, zo stijf gekroesd dat het leek alsof ik met de verkeerde huidskleur was geboren. Van nature is mijn huid licht gebronsd, maar als vijfjarige had ik voor mezelf bedacht dat ik een beige huidskleur had. Al was okergeel een betere inschatting geweest.
Op de speelplaats werd het N-woord werd eens naar m’n hoofd, hoewel ik alleen maar een beetje beige was. Dat kon dus alleen door die klote-krullen komen. De juffen vroegen of ze er ook eens aan mochten voelen, alsof zoiets een normale vraag is. Of het oké is om in iemands haren te mogen graaien?
Help, ik heb een jewfro!
En zo besefte ik al snel dat haar veel meer is dan haar. In sommige culturen is haar zo belangrijk dat ze ’t nooit mogen knippen of er verplicht geheimzinnig over doen (en dus wegstoppen). Ons haar bepaalt onze identiteit… al wist ik niet meteen om welke identiteit het ging in mijn geval. Het was pas toen de sociale media opkwamen dat ik voor het eerst iets las over jewfro’s. En toen snapte ik ineens mijn eigen roots. Ik zat al een leven lang opgescheept met een jewfro, geërfd van m’n grootvader.

Haarverlies zit in onze genen.
Langzaam maar zeker begon ik van mijn haar te houden, vooral omdat er een mooi stukje familiegeschiedenis aan vastkleeft. De geschiedenis van m’n grootouders die eind jaren 30 neerstreken in de New Yorkse Bronx, als eerste generatie van Joods-Oekraïense migranten. Rond 1900 werden ze door de Russische pogroms van hun geboortegrond verdreven. En dat was een geluk bij een ongeluk, want zo zouden ze ook ontsnappen aan het antisemitisme van de Tweede Wereldoorlog.
Toch besloot m’n grootmoeder dat het beter was om haar joodse voornaam te veranderen. Sarah, een Hebreeuwse prinses… Het was in 1906 dat mijn overgrootouders deze naam met veel liefde bedachten voor hun eerste kind, geboren in de Nieuwe Wereld. Een identiteit die 34 jaar later werd ingeruild voor iets Amerikaans. Sarah werd Shirley. “I changed it, because I prefered Shirley”, vertrouwde ze me toe toen ze bijna honderd werd.
Help, ik heb een jewfro!
En zo besefte ik al snel dat haar veel meer is dan haar. In sommige culturen is haar zo belangrijk dat ze ’t nooit mogen knippen of er verplicht geheimzinnig over doen (en dus wegstoppen). Ons haar bepaalt onze identiteit… al wist ik niet meteen om welke identiteit het ging in mijn geval. Het was pas toen de sociale media opkwamen dat ik voor het eerst iets las over jewfro’s. En toen snapte ik ineens mijn eigen roots. Ik zat al een leven lang opgescheept met een jewfro, geërfd van m’n grootvader.

Langzaam maar zeker begon ik van mijn haar te houden, vooral omdat er een mooi stukje familiegeschiedenis aan vastkleeft. De geschiedenis van m’n grootouders die eind jaren 30 neerstreken in de New Yorkse Bronx, als eerste generatie van Joods-Oekraïense migranten. Rond 1900 werden ze door de Russische pogroms van hun geboortegrond verdreven. En dat was een geluk bij een ongeluk, want zo zouden ze ook ontsnappen aan het antisemitisme van de Tweede Wereldoorlog.
Toch besloot m’n grootmoeder dat het beter was om haar joodse voornaam te veranderen. Sarah, een Hebreeuwse prinses… Het was in 1906 dat mijn overgrootouders deze naam met veel liefde bedachten voor hun eerste kind, geboren in de Nieuwe Wereld. Een identiteit die 34 jaar later werd ingeruild voor iets Amerikaans. Sarah werd Shirley. “I changed it, because I prefered Shirley”, vertrouwde ze me toe toen ze bijna honderd werd.
The Bronx style
En m’n grootvader? Die bleef gewoon zichzelf: Pop Feldman. Ik vind het jammer dat ik hem nooit heb gekend, want m’n haar en pigment, dat heb ik van hem. Net als ik ging hij naar Afrikaanse kapsalons. In The Bronx van de jaren 40 had je ineens op elke straathoek een Afrikaanse kapper, aldus de stadslegendes en de verhalen van mijn twee tantes.

De buurt evolueerde van joods naar black-american en dat was mooi meegenomen. De kappers zagen duidelijke gelijkenissen tussen onze haarstructuur en die van hen, al moest de benaming ‘jewfro’ nog worden uitgevonden. Uiteindelijk bleef m’n grootvader trouw aan één vaste kapper. Tenminste… zolang hij haar had. Dat was tot z’n 29ste.
Tachtig jaar later blijft dit fascinerend. De zwarte en joodse minderheden groeiden naar mekaar toe in het New York van de jaren 40. Ze steunden mekaars strijd en hadden daarmee ook invloed op mekaars cultuur en levensstijl. Van muziek over mode tot kapsels en pretzels. Mijn eigen grootvader droeg zijn steentje bij -spontaan en zonder modieuze ambities. En zonder te beseffen dat zijn kleindochter dat ooit heel cool zou vinden.
jew + afro = jewfro
Maar het was pas in de jaren 60 dat deze baanbrekende mix van kapsels (zwart en joods) echt tot bloei kwam. En inderdaad, de afro kwam eerst. De sixties waren bepalend voor de ontwikkeling van de zwarte (tegen)cultuur in Amerika. Zwarte activisten sprongen op de barricades voor gelijke rechten, en dat deden ze met hippe kapsels. Hun zelfbewustzijn werd op een voetstuk gezet. Black is beautiful. En meer nog: black hair is beautiful. Natuurlijk kroeshaar hoorde er gewoon bij. Met een afro pick (vorkvormige kam) maakten ze daar mooie bolle kapsels van. Diana Ross werd al snel één van de grote boegbeelden van de nieuwe vibes.

De afro-looks pasten perfect bij de popcultuur uit die tijd. Ook blanke muzikanten hadden toen wilde kapsels. Denk maar aan The Beatles, al hadden zij sluike haren… die naar onder groeiden, niet naar boven.
Daarnaast had je ook artiesten met joodse roots, zoals Bob Dylan en Art Garfunkel. Met hun progressieve spirit voelden zij zich oprecht betrokken bij de zwarte zaak en die sympathie lieten ze doorleven in hun kapsel. Voor Dylan en Garfunkel was het eigenlijk poepsimpel om iets afro-achtigs met hun haar te doen. Ze hadden wilde krullen van nature en die lieten ze in alle richtingen groeien. Hun kapsels werden al snel gekopieerd door andere Amerikanen met joodse roots en een atheïstische background. Zo ontstond de jewfro.

Met mijn passie voor de jewfro vind ik het fijn om zien dat de weerbarstige kapsels terug in opmars zijn. Onze wilde haarlokken hebben de tijdsgeest mee, zeker nu we in de roaring twenties van een nieuwe eeuw zijn beland. En dat terwijl we net uit een fase komen met weinig sympathie voor wilde haren. Van pakweg 1990 tot 2017 zag je nauwelijks krullen. Ik heb er modebladen en oude Instagram-accounts op nageplozen. In mijn eigen omgeving viel het op dat jongens met roots rond de Middellandse Zee hun haar extreem kort droegen, zodat je geen krul kon zien. En dat een hele generatie lang.
Door de natuur te laten doen, krijg je een authentieke look. En inderdaad, er bestaat iets als mode… ook in de kapsel- en beauty-wereld. Maar mijn oma gaf me de wijze raad om de mode alleen te volgen als ik er zelf mooier door kan worden.
Maar de laatste jaren zien we terug een explosie van ongetemde krullen. Er zijn voorbeelden bij de vleet, zoals regisseur Adil El Arbi. Tegenwoordig kiest hij voor een oversized kapsel, terwijl we hem met een veel strakkere snit leerden kennen in 2015.

Een definitie … jew + afro = jewfro
Een jewfro is een oversized kapsel bij iemand met joodse roots. Net als een afro, maar de krullen van een jewfro zitten iets losser.

Reuzeblij. Mijn column stond in het NRC.

Print-versie in het NRC Handelsblad (NL) van 4 december 2021:
